Op een kleine veertig kilometer van Jávea ligt Altea, het dorp op een heuvel met de blauwe koepel boven de daken. Het is kleiner dan Jávea en anders van opzet: één oude kern tegenover drie eigen kernen aan de kust. Wie twijfelt tussen de twee, voor een vakantie of een langer verblijf, vindt hier een eerlijke vergelijking van karakter, stranden, cultuur, wandelen, eten, feesten en de praktische kant, zonder dat de een boven de ander wordt gezet.
Wat is het verschil in karakter tussen Altea en Jávea?
Altea is een artistiek dorp op een heuvel, met de blauwe koepel van de kerk als blijvend baken en een oude kern die je te voet doorkruist. Jávea is groter en verspreid over drie eigen kernen: het historische centrum, de haven en de badplaats rond het Arenal. Altea telt bijna vijfentwintigduizend inwoners, Jávea rond de dertigduizend, op dezelfde peildatum.
Het getalsverschil zegt weinig; de opzet des te meer. Altea draait om één heuvel waar alles naartoe klimt, met het plein bij de kerk als hart van het dorp. De gemeente heeft daarnaast nog twee historische kernen, Altea la Vella en Bellaguarda, waarvan Altea la Vella landinwaarts ligt. Jávea heeft zo'n vast middelpunt niet: het dorp verdeelt zich over het centrum op een heuvel, de haven en het Arenal.
Altea heeft bovendien een uitgesproken kunstenaarskarakter. Volgens het toeristenbureau van de gemeente werd het dorp in de jaren zestig en zeventig een ontmoetingsplaats of woonplaats voor de bohemienwereld, en de Facultad de Bellas Artes van de Universidad Miguel Hernández zit er. De faculteit noemt Altea zelf een bakermat van kunstenaars.
Welk strand past beter bij jou, Altea of Jávea?
Wie zand wil, kiest Jávea, met het Arenal als breed zandstrand. De stranden van Altea bestaan volgens de gemeente zelf uit kiezel in plaats van zand, verspreid over ongeveer zes kilometer kust. Qua onderscheiding doen ze niet voor elkaar onder: Altea heeft vier stranden met een Blauwe Vlag, Jávea er drie.
De Blauwe Vlaggen van Altea zijn Cap Blanch, El Bol, La Roda en L'Espigó. Daarnaast noemt het toeristenbureau onder meer L'Olla, Solsida, Cap Negret en Mascarat. Het zijn kiezelstranden, geen zandstranden.
Jávea zet daar een afwisselender palet tegenover: het zand van het Arenal, de havenwijk La Grava en de baai van Granadella, die samen de drie Blauwe Vlaggen dragen. Wie liever tussen baaien wisselt dan op één lange strook te blijven, heeft in Jávea meer te kiezen.
Waar vind je de mooiste oude kern en cultuur, in Altea of Jávea?
Altea heeft het meest herkenbare dorpsbeeld: een oude kern op een heuvel, bekroond door de kerk Nuestra Señora del Consuelo met een blauwe koepel van geglazuurde keramische pannen, door de gemeente zelf een van de iconen van de Costa Blanca genoemd. Voor cultuur komt daar het Palau Altea bij. Jávea heeft een compact centrum, rond de kerk van San Bartolomé.
De huidige kerk van Altea dateert van het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Rond het plein ervoor ligt de oude kern, met een mirador en met het Baluarte uit 1617. Het uitzicht vanaf de oude kern is een reden op zich om naar boven te lopen.
Het Palau Altea Centre d'Arts is volgens de gemeente een van de meest dynamische culturele centra van de Marina Baixa, met theater, klassieke muziek, opera, dans en tentoonstellingen. Jávea heeft zijn eigen oude centrum, met het museum Soler Blasco en de kerk van San Bartolomé, maar het podiumaanbod van het Palau Altea is een argument op zich voor wie veel cultuur zoekt.
Waar wandel je beter, in Altea of Jávea?
Allebei hebben ze een berglandschap op de stoep. Bij Altea horen de Serra Gelada, een natuurpark aan de kust, en de Bernia, met de wandeling PR-CV 7 langs het fort en de Forat de Bèrnia. Jávea heeft de Montgó van 753 meter en de vijftien miradors langs de kust.
De Serra Gelada ligt op het grondgebied van Benidorm, l'Alfàs del Pi en Altea en is het eerste maritiem-terrestrische natuurpark van de Comunitat Valenciana. De Bernia is een bergrug die deels binnen Altea valt. De PR-CV 7 is volgens het toeristenbureau van Altea een van de meest emblematische en spectaculaire routes van de hele Costa Blanca: een rondwandeling langs het Fort de Bèrnia en de Forat de Bèrnia, een natuurlijke tunnel die je bijna op handen en voeten doorkruist.
Aan de Jávea-kant staat de Montgó: een Parc Natural met een route naar de top, 753 meter hoog. Wie liever niet klimt, heeft in Jávea de miradors, uitzichtpunten verspreid over de kustlijn.
Waar eet je beter, in Altea of Jávea?
In de huidige Michelingids telt Altea geen sterrenrestaurant, terwijl Jávea er twee heeft: BonAmb met twee sterren en Tula met één. Wie op sterren reist, vindt ze dus in Jávea. Dat is een feit over de gids en geen oordeel over de keuken van Altea.
Het verschil zit daarmee in het topsegment. Voor een bijzonder diner op hoog niveau ligt Jávea voor de hand, met BonAmb als het zwaarste huis van de twee. Voor een gewone avond uit zegt het aantal sterren weinig; dan telt vooral waar je zit en wat je zin hebt.
Welke feesten maken het verschil, Altea of Jávea?
Altea heeft in augustus het Castell de l'Olla, een groot vuurwerk dat vanaf platforms in de baai wordt afgestoken, en in de nazomer de Fiestas Mayores. Jávea viert in juli zijn Moros i Cristians in de havenwijk. Beide dorpen hebben dus een eigen hoogtepunt, en ze vallen op verschillende momenten.
Het Castell de l'Olla valt op de zaterdag die het dichtst bij Sant Llorenç ligt, op 10 augustus, dus half augustus. Het vuurwerk wordt vanaf platforms in zee in de baai van L'Olla afgestoken. De Fiestas Mayores in september zijn erkend als feest van regionaal toeristisch belang en kennen eveneens Moros i Cristians.
Jávea laat zijn Moros i Cristians in de derde week van juli plaatsvinden, met de landing in de havenwijk. Wie de zomer in beide dorpen wil meemaken, kan de feesten dus prima combineren.
Hoe kom je van Jávea naar Altea, en wat is praktisch handig om te weten?
Altea ligt een kleine veertig kilometer van Jávea, ongeveer veertig minuten rijden via de AP-7. Altea heeft meerdere TRAM-haltes aan lijn 9, maar Jávea heeft geen eigen station. Dezelfde lijn stopt wel in Teulada en Gata de Gorgos, de dichtstbijzijnde haltes.
Voor de markt heeft elk dorp een eigen dag: Altea houdt zijn weekmarkt op dinsdag, Jávea op donderdag op de Plaça de la Constitució.
Als dagtocht werkt Altea vanuit Jávea prima: een ochtend in de oude kern, een lunch aan zee, en aan het eind van de middag weer terug. Andersom werkt het even goed.
Altea of Jávea: welke plaats past bij jou?
Kies Altea als je een dorp op een heuvel zoekt, met kunst en cultuur dichtbij, kiezelstranden met Blauwe Vlag en de Bernia en de Serra Gelada als wandelgebied. Kies Jávea als je zand, baaien, de Montgó en de miradors wilt, en drie kernen in plaats van één heuvel, met twee sterrenrestaurants erbij.
Een verkeerde keuze bestaat niet: wie voor langere tijd komt, kan het ene dorp als thuis kiezen en het andere als vaste dagtocht. Op veertig minuten rijden liggen ze dicht genoeg bij elkaar om allebei te gebruiken.