Vijftien bewegwijzerde uitzichtpunten langs de hele kust, van Cap de Sant Antoni tot het kasteel van Granadella. Cap de la Nau is het bekendste punt, maar de korte wandeling naar Cap Prim, met onderweg de baai van Sardinera, is misschien wel de mooiste van allemaal.
Hoeveel miradors zijn er en welke route volg je?
Vijftien genummerde uitkijkpunten liggen verspreid langs de hele kust van Jávea, van Cap de Sant Antoni in het noorden tot het kasteel van Granadella in het zuiden. Ze horen bij de officiële Ruta dels Miradors de Xàbia, ook wel de Ruta de los Miradores de Xàbia, met voor elk punt een eigen genummerd bord en een eigen pagina op de gemeentelijke toeristensite. Een doorlopend wandelpad dat alle vijftien verbindt bestaat niet: de enige officiële routefolder van de gemeente beschrijft een fietsroute van 27,2 kilometer, vanaf de parkeerplaats bij het Arenal, die dertien van de vijftien punten aandoet. De meeste miradors zijn dan ook los bewegwijzerde plekken langs de kustweg, elk met een eigen kort parkeerplekje.
Welke miradors bereik je met de auto, en waar parkeer je?
De meeste miradors bereik je rechtstreeks met de auto, met een klein parkeerplekje langs de weg. Bij Cap de Sant Antoni parkeer je het beste een meter of driehonderd voor de vuurtoren en loop je het laatste stuk. Bij Granadella en bij Portitxol/Cala Barraca geldt in het zomerseizoen betaald parkeren: bij Granadella honderddertig plekken aan de Carrer Pic Tort, bij Portitxol negenenvijftig aan de Carrer Barraca, telkens negen euro per dag via de parkeermeter of de app ELPARKING, zonder mogelijkheid tot reserveren, en een slagboom die sluit zodra de parking vol staat. Wie liever niet naar een plek zoekt, neemt in juli en augustus, tot in september, het toeristentreintje vanaf de parking bij Urbanització La Guardia Park naar het strand van Granadella, met een vaste vertrekregeling elk uur, zes euro voor volwassenen en vier euro voor kinderen tot twaalf jaar.
Welke miradors zijn alleen te voet te bereiken?
Bij twee plekken op de route wandel je een duidelijke stap verder dan de parkeerplaats. El Molins, de elf bewaard gebleven windmolens in Les Planes, bereik je via een variant van wandelpad PR-CV 355. Bij Creu del Portitxol beginnen twee officieel gehomologeerde wandelpaden: SL-CV 98 naar Cap Prim, een kilometer, ongeveer twintig minuten, met een aftakking naar het kleine kiezelstrandje Cala Sardinera, en SL-CV 97 naar Cala Barraca, 0,75 kilometer, ongeveer een kwartier. Dat maakt Creu del Portitxol de enige plek op de route waar je zonder auto echt de kust in wandelt. Cap Prim hoort zelf niet bij de vijftien officiële miradors, maar is al zichtbaar vanaf het punt Caletes, iets noordelijker op de route.
Wat is er te zien bij de vuurtoren van Cap de la Nau en bij Creu del Portitxol?
Cap de la Nau is het oostelijkste punt van de hele Valenciaanse kust, op circa vijfentachtig kilometer van Ibiza. De achthoekige vuurtoren is twintig meter hoog, staat op ongeveer honderdtweeëntwintig meter boven zee en heeft een lichtbereik van drieëntwintig zeemijl, met een doorlopend knippersignaal; hij kwam pas laat in dienst, nadat eerst een toegangsweg naar de kaap moest worden aangelegd. Aan de voet van de kaap ligt de grot Cova dels Orguens, beschreven door natuuronderzoeker Cavanilles tegen het einde van de achttiende eeuw, en op de kaap vonden aan het begin van de twintigste eeuw de eerste draadloze telegrafieproeven tussen het Spaanse vasteland en Ibiza plaats. Bij Creu del Portitxol, ooit een natuurlijke ankerplaats, kijk je uit over het eilandje Portitxol, tot driehonderd meter in doorsnede, ooit bewoond en met opgegraven grafvondsten.
Wat is er verder te zien tussen Cap de Sant Antoni en Cap Negre?
De vuurtoren van Cap de Sant Antoni, op kliffen van rond de honderdzeventig meter, dateert uit het midden van de negentiende eeuw; eerder stond er een veertiende-eeuwse ermita en een wachttoren tegen piraten, en het gebied telt twee plantenmicroreservaten. Bij Punta del Arenal kijk je uit over de vindplaats van een Romeins verwerkingscomplex, bekend als de Baños de la Reina, waar zoutvis en garum werden gemaakt. Séquia de la Nòria toont een in het toscagesteente uitgehouwen Romeins kanaal dat zeewater naar een zoutpangebied liet stromen, later aangevuld met een door een lastdier aangedreven waterrad. Cala Blanca is historisch verbonden met de almadraba, een visserijtechniek met een groot net vanaf land en boot, vooral gebruikt voor tonijnvangst. Bij Caletes overzie je de hele baai, met noordwaarts het lage, versteende duinreliëf van de Primer Montañar en de Segundo Montañar en zuidwaarts de kliffen van Cap Prim. L'illa kijkt uit op het eiland Portitxol en een klein bijbehorend eilandje, met een tweede plantenmicroreservaat in de baai. Bij La Falzia, honderdvijftig meter van Cala Portitxol, loopt het panorama van Cap de Sant Antoni tot Cap Negre, waar kliffen en een dicht dennenbos liggen met slechtvalken en visserspaden naar grotten die ooit voor tabakssmokkel en mijnbouw werden gebruikt.
Wat is er verder te zien tussen Granadella en het kasteel?
Het mirador bij Granadella overziet een natuurgebied van ruim zeshonderd hectare, met een kustlijn die loopt van de Morro del Roabit tot de Cala de la Granadella en ravijnen die naar de baai afdalen; het gebied is botanisch rijk, met roofvogels en agrarisch erfgoed uit de negentiende en twintigste eeuw. De naam Les Pesqueres verwijst naar een verzameling visserstoponiemen: mannen visten hier op de steile kliffen, soms staand op een fragiel rieten platform, vooral tijdens lange, donkere winternachten. Bij Ambolo stond ooit een verdedigingstoren, de torre del Descubridor, en reikt het uitzicht van Cap de la Nau tot de Punta de Moraira; het uitkijkpunt zelf is gewoon toegankelijk, maar het strand eronder, Cala Ambolo, houdt de gemeente al langere tijd gesloten wegens ernstig instortingsgevaar. De route eindigt bij het vijftiende punt, Castell de la Granadella, een kleine hoefijzervormige fortificatie uit de achttiende eeuw met een buitenmuur van toscasteen, ooit bemand door drie soldaten met twee bronzen kanonnen.