Op ruim een half uur rijden van Jávea ligt Calpe, officieel Calp, de badplaats die zich rond de rots van de Peñón de Ifach heeft geplooid. In omvang ontlopen de twee elkaar weinig, maar de opzet verschilt duidelijk: compact en verticaal tegenover verspreid en laag. Wie twijfelt tussen de twee, of ze allebei wil combineren, vindt hier de eerlijke vergelijking: karakter, stranden, de iconische wandeling, bezienswaardigheden, eten en de praktische kant, zonder dat de een boven de ander wordt verkozen.

Wat is het verschil in karakter tussen Calpe en Jávea?

Calpe is een compacte badplaats die zich dicht om zijn stranden en de rots van de Peñón de Ifach heeft geplooid, met appartementengebouwen langs de boulevard. Jávea is uitgestrekter, verdeeld over drie eigen kernen met overwegend laagbouw. Qua inwonertal ontlopen ze elkaar weinig, op dezelfde peildatum genoteerd: Calpe rond de zevenentwintigduizend, Jávea rond de dertigduizend.

Wie de boulevard van Calpe afloopt, ziet vooral appartementengebouwen van verscheidene verdiepingen, met de Peñón de Ifach als blijvend baken boven de daken. Jávea kent dat silhouet niet: het dorp beweegt zich tussen het historische centrum op een heuvel, de haven en de badplaats rond het Arenal, met overwegend laagbouw in plaats van een aaneengesloten hoogbouwfront.

Welk strand past beter bij jou, Calpe of Jávea?

Wie puur voor breed, aaneengesloten zandstrand komt, zit beter in Calpe: de badplaats telt vijf stranden met een Blauwe Vlag, waaronder de brede zandvlaktes van L'Arenal-Bol en La Fossa. Jávea heeft maar één zandstrand, het Arenal, en zet daar drie Blauwe Vlaggen tegenover, verdeeld over kiezel- en rotsbaaien. Wie baaien en snorkelen zoekt, is in Jávea beter af.

Calpe zet zijn kaarten op aaneengesloten zand: L'Arenal-Bol en La Fossa vormen samen een brede boog voor de boulevard, aangevuld met het kleinere Cantal Roig en, sinds kort, ook Puerto Blanco en Racò met een Blauwe Vlag, in totaal vijf onderscheiden stranden. Jávea kiest een andere opzet: het Arenal is het enige echte zandstrand, verder is de kust een afwisseling van kiezel en rots, met de havenwijk La Grava, de baai Granadella en de rustigere Portitxol. Drie van die Jávea-stranden dragen een Blauwe Vlag: het Arenal, Granadella en La Grava.

Peñón de Ifach of Montgó: welke iconische wandeling kies je?

Calpe heeft de Peñón de Ifach, een 332 meter hoge rots die als natuurpark is beschermd; de klimroute naar de top is beperkt tot driehonderd wandelaars per dag, met een verplichte online reservering van één per persoon per dag. Jávea heeft de Montgó en de vijftien miradors, zonder zo'n reserveringsplicht voor de wandeling zelf.

De vergelijking gaat niet helemaal gelijk op: de beklimming van de Peñón de Ifach is een steile klimroute door de rots zelf, en dat verplichte reserveringssysteem is er niet voor niets, al kan die reservering ook nog dezelfde dag geregeld worden. De Montgó is met zijn 753 meter ruim twee keer zo hoog en kent eveneens een pittig klauterstuk naar de top, maar wandelen daar kan zonder online reservering. Wat Jávea wel kent, is een toegangsregeling voor het strand van Granadella in de zomer, met een slagboom en een dagprijs voor het parkeren; dat gaat over strandtoegang, niet over een wandelroute.

Voor wie liever geniet zonder te klimmen, heeft Jávea de vijftien miradors: uitzichtpunten verspreid over de kustlijn, waaronder Cap de la Nau, van waar bij heel helder weer soms zelfs Ibiza te zien is. Calpe mist zo'n verzamelroute van uitzichtpunten; het decor daar draait vrijwel volledig om de ene rots.

Wat zijn de belangrijkste bezienswaardigheden in Calpe en Jávea?

Calpe heeft twee opvallende bezienswaardigheden die niets met het strand te maken hebben: Les Salines, een eenenveertig hectare groot zoutmeer middenin de bebouwde kom, beschermd sinds de jaren negentig en pleisterplaats voor honderden flamingo's, en de Baños de la Reina, Romeinse viskweekbassins uitgehouwen in de rots aan zee. Jávea zet daar zijn oude stad en havenwijk tegenover.

Les Salines ligt verrassend centraal, direct tegen de bebouwing van Calpe aan, en is gratis te bezoeken via een wandelpad rond het water; de gemeente telt er 173 vogelsoorten, met de flamingo's als blikvanger. De Baños de la Reina liggen aan de kustlijn bij de rots van de Peñón: bassins die ooit dienden als Romeinse viskwekerij, aangelegd rond het einde van de tweede of het begin van de derde eeuw en verlaten aan het begin van de vijfde eeuw. De naam verwijst naar een legende over een badende Moorse koningin, die de officiële bron zelf al ontkracht.

Jávea heeft geen zoutmeer of Romeinse ruïne, maar wel een compact historisch centrum op een heuvel en een sfeervolle havenwijk om doorheen te wandelen, met de miradors langs de kustlijn als natuurlijk sluitstuk van zo'n wandeling.

Waar eet je beter, in Calpe of Jávea?

Calpe telt drie restaurants met elk één Michelinster: Audrey's onder chef Rafa Soler, Beat, en het Italiaanse Orobianco onder chef Enrico Croatti. Jávea heeft er maar twee, BonAmb en Tula, maar telt in sterren evenveel mee: BonAmb heeft er twee, Tula één, samen ook drie.

Het verschil zit in de spreiding, niet in het aantal. Calpe biedt drie afzonderlijke sterrenadressen met een Italiaans accent dankzij Orobianco, Jávea concentreert zijn culinaire gewicht in twee huizen, met BonAmb als het zwaarste van de twee. Wie voor een sterrendiner reist, zit in beide plaatsen goed.

Hoe kom je van Jávea naar Calpe, en wat is er praktisch handig om te weten?

De afstand tussen Jávea en Calpe is een kleine dertig kilometer, ruim een half uur rijden. De snelste route loopt via de N-332; de CV-746 is qua kilometers iets korter, maar door het tragere wegprofiel juist trager. Calpe heeft een eigen TRAM-halte aan lijn 9 Dénia-Benidorm, Jávea heeft geen eigen station en reist met de auto of de bus.

Voor boodschappen en sfeer heeft elke plaats zijn eigen marktdag: Calpe houdt zijn weekmarkt op zaterdag, Jávea op donderdag op de Plaça de la Constitució. Wie in de winter in Calpe is, treft in de wijk La Calalga bovendien een aparte zondagmarkt, die van november tot juni loopt.

Met ruim een half uur reistijd is Calpe voor wie in Jávea verblijft een prima dagje uit, en andersom net zo goed: de Peñón de Ifach en Les Salines zijn in een ochtend te combineren met een middag terug op het eigen strand.

Calpe of Jávea: welke plaats past bij jou?

Kies Calpe als je houdt van een compacte badplaats met breed zandstrand, een herkenbaar landschapsicoon in de Peñón de Ifach en de keuze uit drie sterrenrestaurants dicht bij elkaar. Kies Jávea als je liever tussen baaien wisselt, drie eigen dorpskernen wilt verkennen en aan wandelen zonder reserveringsplicht de voorkeur geeft.

Een verkeerde keuze bestaat ook hier niet: beide liggen aan dezelfde kust, op ruim een half uur rijden van elkaar, en wie eenmaal in de regio is, hoeft niet definitief te kiezen. Een dagtrip over en weer volstaat om van beide het beste te zien.