In het hart van Jávea ligt de oude stad, gebouwd rond een vestingkerk die eeuwenlang uitkeek naar gevaar vanaf zee. Wie er doorheen wandelt, komt langs witte gevels, gotische portalen en pleinen die nog altijd dienstdoen als marktplaats. Deze gids zet de wandeling stap voor stap uit: waar je begint, wat je onderweg ziet, en hoe je de route combineert met de markt, een museum of een hap eten.

Wat maakt de oude stad van Jávea bijzonder?

De oude stad van Jávea onderscheidt zich door een compact middeleeuws stratenpatroon met witte gevels, boogportalen van tosca-steen, gotische vensters en smeedwerk, opgebouwd rond een kerk die ooit als vesting diende. Die combinatie van verdedigingsarchitectuur en alledaagse woonstraten geeft het centrum een sfeer die je nergens anders in Jávea vindt.

Die tosca-steen, een goudkleurige fossiele zandsteen, werd eeuwenlang gewonnen bij de twee Muntanyars aan de kust en bij de Cova Tallada, van de Romeinse tijd tot het winningsverbod van 1972. In de oude stad zie je het materiaal terug in boogportalen en gevels, en het is die steen die het centrum zijn karakteristieke, warme kleur geeft.

Het historische centrum is klein genoeg om in één ochtend te doorkruisen, maar dicht genoeg bebouwd om steeds iets nieuws te ontdekken: een deur met smeedwerk hier, een gotisch venster daar. Wie zonder vaste route ronddwaalt, mist zelden een hoogtepunt, want die liggen allemaal binnen een paar straten van elkaar.

Hoe loop je de wandelroute door de oude stad?

De route begint op de Plaça de la Constitució, loopt via de Plaza del Convent langs het Convento de las Agustinas naar de Plaça de l'Església met de kerk San Bartolomé, vervolgt naar de Capella de Santa Anna en Casa de Tena, en sluit af bij het Museo Soler Blasco en de Mercat Municipal. Alles ligt op loopafstand van elkaar.

Op de Plaça de la Constitució begint de wandeling, het plein waar donderdags de weekmarkt staat en van waaruit de smalle straten van het oude centrum alle richtingen op lopen. Een paar minuten verder, bij de Plaza del Convent, valt het Convento de las Agustinas op (zoek je het gebouw op Google Maps, gebruik dan de naam Iglesia San Felipe Neri y Santa Mónica; onder de kloosternaam staat het daar niet), voordat de route uitkomt bij het hart van de oude stad, de Plaça de l'Església.

Op dat plein vind je zowel de kerk San Bartolomé als Tourist Info Xàbia Centre, en vlakbij ook conceptstore Hinédito en de twee statige panden Palau dels Sapena en Casa dels Bolufer. Vanaf hier is het nog een paar straten naar de Carrer d'Avall, waar de Capella de Santa Anna staat, en naar Casa de Tena, tegenwoordig expositieruimte CA Lambert.

De route sluit af bij het Museo Soler Blasco aan de Plaça dels Germans Segarra en bij de Mercat Municipal, waar wijnwinkel Bodega Miguel op loopafstand ligt. Het hele parcours is zo compact dat je zonder haast in een ochtend rondkomt, met tijd over voor een korte stop bij elk van de gevels onderweg.

Wat is de geschiedenis van de kerk San Bartolomé?

De Iglesia de San Bartolomé aan de Plaça de l'Església is een gotische vestingkerk waarvan het oudste deel, het presbiterium, uit 1304 stamt. De hoofdbouw in isabellijnse gotiek kwam tussen de veertiende en zestiende eeuw tot stand, met latere uitbreidingen in de achttiende en negentiende eeuw, en sinds 1931 is de kerk Nationaal Historisch-Artistiek Monument.

Een grote defensieve uitbreiding volgde tussen 1513 en 1517, onder leiding van bouwmeester Domingo de Urteaga: dikke muren en een verdedigbare vorm die verwijzen naar een tijd waarin de kustbevolking regelmatig rekening moest houden met gevaar vanaf zee. Dat verdedigende karakter is nog altijd af te lezen aan de robuuste bouwmassa van de kerk.

San Bartolomé is overdag te bezoeken, 's ochtends tussen 10.00 en 12.30 uur en 's middags telkens een half uur voor de mis begint. Wie toch net te laat is, kan de tussentijd prima vullen met een bezoek aan Tourist Info Xàbia Centre aan hetzelfde plein.

Wat valt er te zien bij Museo Soler Blasco en de andere historische gebouwen?

Museo Soler Blasco is het archeologisch en etnografisch museum van Jávea, gevestigd in de zeventiende-eeuwse Casa-Palacio van Antoni Banyuls aan de Plaça dels Germans Segarra. In dertien zalen laat het museum de geschiedenis van het gebied zien, van vondsten uit het neolithicum tot onderwaterarcheologie uit de kustwateren.

In de zomer, van juli tot en met september, is het museum dinsdag tot en met vrijdag open van 10.00 tot 13.30 uur en van 18.00 tot 21.00 uur, en in het weekend en op feestdagen alleen 's ochtends van 10.00 tot 13.30 uur; op maandag blijft de deur dicht. Van oktober tot en met juni verschuiven de middaguren naar 17.00 tot 20.00 uur, met verder dezelfde openingsdagen.

Ook zonder naar binnen te gaan valt er veel te zien: het gemeentehuis dateert uit de achttiende eeuw en is in de twintigste eeuw verbouwd, de Capella de Santa Anna staat aan de Carrer d'Avall, en aan het hoofdplein vallen de vijftiende-eeuwse Palau dels Sapena en de achttiende- en negentiende-eeuwse Casa dels Bolufer op. Casa de Tena, uit 1867, doet nu dienst als expositieruimte onder de naam CA Lambert.

Wanneer is de markt in de oude stad en wat biedt de Mercat Municipal?

Elke donderdag, van 08.30 tot 14.00 uur, staat op de Plaça de la Constitució de wekelijkse markt van Jávea. Vlakbij, aan de Plaça Celestino Pons, staat de Mercat Municipal, een overdekte neogotische markthal uit 1946 die van maandag tot en met zaterdag open is voor vers eten.

De ochtend is het beste moment om de Mercat Municipal te bezoeken, wanneer de kramen op hun best zijn bevoorraad. De markthal heeft een eigen visafslag en een paar bars waar je tussen het boodschappen doen door cocas eet.

Waar parkeer je het beste bij de oude stad?

Bij het oude centrum liggen twee officiële parkeerterreinen: Parking Plaça de la Constitució, aan het plein zelf, en Parking del Portal del Clot aan de Camí Tàpies, allebei met gratis laadpunten voor elektrische auto's. Op donderdagochtend, als de markt het plein inneemt, is Portal del Clot de logischere keuze.

Prijzen en eventuele tijdslimieten van beide parkeerterreinen zijn niet bekend, dus check dat ter plaatse. Wat wel zeker is: vanaf allebei de parkings sta je binnen een paar minuten midden in het oude centrum, dus de keuze hangt vooral af van welke kant van de stad je vandaan komt.

Waar eet en drink je in de oude stad?

In de oude stad zitten vier adressen met een eigen plek in deze gids: restaurant La Tasca Rebotica aan de Carrer Sant Bartomeu, restaurant Volta i Volta aan de Calle Santa Teresa, conceptstore Hinédito aan de Plaza de la Iglesia en wijnwinkel Bodega Miguel bij de markthal. Alle vier liggen op loopafstand van de route.

La Tasca Rebotica en Volta i Volta liggen een paar straten van elkaar, allebei middenin het oude centrum en dus eenvoudig te combineren met een stop bij de kerk of het museum. Hinédito, vlak bij de Plaça de l'Església, is het adres voor wie na de wandeling nog even wil rondneuzen, en Bodega Miguel ligt om de hoek van de Mercat Municipal, ideaal als laatste stop na de markthal.

Hoe combineer je de oude stad met de haven en het Arenal?

Vanaf de oude stad is het 2,4 kilometer naar de haven, Duanes de la Mar, en 3,9 kilometer naar het Arenal. Beide zijn goed te combineren met de wandeling door het centrum: een ochtend in de oude stad, gevolgd door een middag aan het water, verdeelt de dag logisch in twee sferen.

Wie de afstand liever loopt dan rijdt, moet rekenen op ruim een half uur richting de haven en op zo'n drie kwartier richting het Arenal, met de Montgó voortdurend als achtergrond in het landschap. Voor wie donderdags in de oude stad is, ligt het voor de hand om de wandeling te combineren met de weekmarkt, en aan het einde van de dag is een strandmiddag bij het Arenal of een drankje bij de haven een prettige afsluiting.