De Montgó is het silhouet waaraan je Jávea herkent: een berg van 753 meter, sinds 1987 beschermd als natuurpark, met ruim 650 plantensoorten op de hellingen. Veel mensen zien in de vorm van de berg een liggende olifant. Dit artikel helpt je kiezen: wel of niet naar de top, welke kant je op gaat en in welk seizoen je het beste kunt vertrekken.

Welke route naar de top past bij jou?

Er zijn drie officiële routes naar de top van de Montgó, alle drie officieel ingedeeld in de hoogste moeilijkheidsgraad: de grijze route vanaf het Campo de Tiro is met 3,8 kilometer enkele reis de kortste en met circa twee uur omhoog ook de snelste, de oranje route vanaf de Camí de la Colònia zit daar met 6,1 kilometer en ruim drie uur tussenin, en de lichtgroene route vanaf Jesús Pobre is met 6,3 kilometer en drie uur drie kwartier de langste. Geen van de drie is makkelijk, en de terugweg is dezelfde als de heenweg.

De route die de meeste bezoekers 'de route vanuit Jávea' noemen, start bij het Campo de Tiro, een oude schietbaan. Die start ligt echter officieel op grondgebied van Dénia, aan de CV-736, de weg die Jávea met Dénia verbindt. Vanaf hier klim je in ruwweg twee uur van 210 naar 751 meter, over een pad dat in de laatste kilometer overgaat in een rotsige kam waar je met de handen moet klauteren.

De oranje route begint bij de Ermita del Pare Pere, aan de Camí de la Colònia, en klimt van 110 naar 751 meter. Bij de eerste splitsing ga je richting de Racó del Bou, niet richting de Cova de l'Aigua, die aan een ander pad ligt. Het laatste stuk voor de top is steil en heeft los liggend gesteente, dus reken op voorzichtig klimmen in plaats van stevig doorstappen.

De lichtgroene route vanaf Jesús Pobre is de langste in tijd, van 126 naar 751 meter in ruim drie uur drie kwartier, en voert onderweg langs Iberische muurresten. Hij is niet zwaarder dan de andere twee, maar duurt eenvoudigweg langer. Alle drie de routes zijn lineair: je loopt op en dezelfde weg weer af, dus reken op een dagdeel tot een volledige dag, inclusief de rit naar en van het startpunt.

Hoe zwaar is de beklimming echt?

De beklimming van de Montgó is voor elke route stevig: je wint ruim 500 hoogtemeters en op de langere routes ruim 600, het laatste stuk voor de top gaat over rotsachtig terrein waar je handen nodig hebt, en onderweg is nergens drinkwater te krijgen. Voor wie hoogtevrees heeft, met kleine kinderen reist of bij hitte wil klimmen is de top geen goed idee.

Op de grijze route, de kortste, klim je in ruwweg twee uur circa 550 meter, met een echt klauterstuk in de laatste kilometer: geen klimtouwen of kettingen, maar wel een rotsige kam waarover je je met handen en voeten een weg zoekt. Bij de andere twee routes is het hoogteverschil zelfs groter, ruim 600 meter, en ook daar wacht bovenaan steil, los gesteente.

Er zijn geen bronnen of waterpunten onderweg op geen van de drie toproutes, dus je neemt alles wat je nodig hebt zelf mee. Voor wandelaars met hoogtevrees is het klauterstuk een reëel obstakel, voor kleine kinderen is de tocht simpelweg te lang en te steil, en bij hitte is de volle zon op de kale hellingen een serieus risico. Wie twijfelt, is beter af met een van de wandelingen zonder top verderop in dit artikel.

Wanneer kun je het beste gaan?

Het park zelf noemt de lente het meest geschikte seizoen om te wandelen, maar ook oktober en november zijn een goede keuze: koel en veel rustiger dan de zomer. Van 1 juni tot en met 15 oktober loopt het officiële brandgevaarseizoen, waarin het park bij extreem risico routes kan afsluiten. In de zomer kan het alleen heel vroeg in de ochtend, en onweer mijd je altijd.

Qua temperatuur is het verschil met de zomer groot: op het dichtstbijzijnde officiële meetstation liggen de middagen in oktober rond de 25 graden en in november rond de 20 graden, tegenover ruim 30 graden in juli en augustus. Dat maakt de nazomer en de herfst voor een klim naar de top veel aangenamer dan het hoogseizoen, ook voor overwinteraars die in die periode al neerstrijken.

Buiten dat brandgevaarseizoen is het park het hele jaar open; een winterse sluiting is niet aan de orde. Bij extreem brandgevaar sluit het park de routes echter wel, zoals in een recente hete zomer gebeurde. Voor je vertrekt, check je daarom altijd of de route open is: via 112cv.gva.es voor actuele bosbrandmeldingen en afsluitingen, en via de website van het Parc Natural del Montgó zelf voor de laatste stand van zaken.

Wat neem je mee en welke regels gelden?

Neem ruim voldoende water mee, want onderweg is nergens een bron, draag stevige bergschoenen vanwege het rotsachtige terrein, en bescherm jezelf met een hoed en zonnebrand tegen de volle zon op de kale hellingen. Onthoud ook het alarmnummer 112 voor noodgevallen. Daarnaast gelden in het natuurpark een aantal vaste regels.

Een hond mag mee, maar dan wel altijd aangelijnd. Vuur maken en roken zijn nergens in het park toegestaan, en kamperen mag alleen in de daarvoor aangewezen zones. Blijf op het pad en snijd geen bochten af, pluk geen planten, en neem je afval mee tot de dichtstbijzijnde container. Het zijn geen overdreven regels: ze houden een kwetsbaar natuurgebied met ruim 650 plantensoorten in stand.

Bij twijfelachtig weer geldt bovendien het advies van het park zelf: vermijd de top wanneer onweer dreigt. Op een kale rotstop ben je dan volledig blootgesteld, en een schuilplaats is er niet.

Waar parkeer je en hoe kom je bij het startpunt?

Bij elk startpunt van de Montgó is een auto vrijwel onmisbaar: alle drie de toproutes beginnen buiten het centrum van Jávea, Dénia of Jesús Pobre, aan het einde van een weg die je met de auto aflegt. Een bushalte bij een van de startpunten hebben we niet gevonden, dus reken op eigen vervoer.

Bij het Campo de Tiro is er gratis, onverhard parkeerterrein aan een onverharde weg vanaf de CV-736, op grondgebied van Dénia. Bij de Ermita del Pare Pere, het startpunt van de oranje route aan de Camí de la Colònia, sta je eveneens aan de kant van Dénia; het pad zelf dateert van rond 1922 en loopt door het gebied van de oude landbouwkolonie die er in 1921 werd aangelegd. Vanuit Jesús Pobre begin je aan de Camí Mitjans.

Wie liever bij de vuurtoren van Cap de Sant Antoni begint, bijvoorbeeld voor de wandeling naar El Molins, parkeert bij het recreatiegebied circa 700 meter voor de vuurtoren; ook op circa 300 meter voor de vuurtoren is parkeerruimte, waarna je het laatste stuk loopt.

Liever niet naar de top: welke wandeling geeft toch het Montgó-gevoel?

Wie het uitzicht en de sfeer van de Montgó wil zonder de zware klim, heeft volop keuze uit rustigere routes: een lus langs de oude windmolens van El Molins, een vlakke wandeling naar de Cova del Gamell, een korte wandeling naar de waterbron Cova de l'Aigua, of een langere lus die beide combineert. Ook de korte kustroute naar Cap de Sant Antoni hoort daarbij.

Ruta 8, de donkergroene lus, vertrekt vanaf het recreatiegebied bij de vuurtoren en voert in anderhalf uur, 4,4 kilometer, met een lage moeilijkheidsgraad langs El Molins en het heiligdom Mare de Déu dels Àngels. De laatste van de windmolens was tot 1911 nog in bedrijf. Ruta 4, de blauwe route, loopt vanaf de Camí de la Colònia in 5,6 kilometer enkele reis naar de Cova del Gamell, vrijwel vlak en met anderhalf uur een van de lichtste Montgó-routes: geschikt voor het hele gezin. De naam verwijst naar oude drinkbakken voor vee, de gamelles.

Een korte uitstap naar de Cova de l'Aigua zelf, vanaf de Ermita del Pare Pere, kost dertig tot vijfenveertig minuten heen. De grot is een natuurlijke waterbron met een Romeinse inscriptie uit 238 na Christus, aangebracht door een Romeinse legereenheid. Wie meer wil dan alleen die grot, zonder de top te nemen, kan de gele lus lopen: 5,5 kilometer via de Cova de l'Aigua en de Racó del Bou, drie uur en een halfuur, met een gemiddelde moeilijkheidsgraad.

Voor een korte, laagdrempelige wandeling met uitzicht is er ten slotte de rode route vanaf de haven van Jávea naar Cap de Sant Antoni: 1,7 kilometer, drie kwartier, met de miradors langs de kust als natuurlijk vervolg voor wie na aankomst nog verder wil kijken.

Kun je de wandeling met een strand of het dorp combineren?

De rode kustroute en de lange PR-CV 355 beginnen allebei bij de jachthaven van Jávea, direct naast het strand La Grava, wat een ochtendwandeling en een middag aan zee goed combineerbaar maakt. Wie vanaf het Campo de Tiro naar de top klimt, heeft na afloop met diezelfde haven een logische volgende stop.

De PR-CV 355 is de langste en zwaarste optie: 14,7 kilometer en circa vijf uur en een kwartier, met 1.070 meter stijging, van de haven via Cap de Sant Antoni, het recreatiegebied van La Plana, de Cova Tallada en de Torre del Gerro helemaal naar de top. Omdat de route lineair eindigt op de top, reken je op een hele dag en regel je vooraf vervoer terug naar het beginpunt.

Voor wie liever geen hele dag uittrekt, is de combinatie van La Grava met een van de kortere wandelingen hierboven praktischer: een ochtend omhoog, een middag aan het water.

Kun je de Montgó ook met een gids beklimmen?

Wie liever niet zelfstandig navigeert of onderweg meer uitleg wil, vindt via GetYourGuide begeleide beklimmingen bij zonsopgang, overdag of bij zonsondergang, in kleine groepen.

Voor achtergrond en kaarten vooraf is er het Centro de Interpretación van het natuurpark: open op maandag, woensdag, vrijdag en zaterdag van 09.00 tot 14.00 uur, op de overige dagen alleen op afspraak, en op zondag gesloten. Een goed startpunt om je route te kiezen en de actuele situatie te checken voor je vertrekt.

Veelgestelde vragen over wandelen op de Montgó

Mag je hond mee de Montgó op? Ja, dat mag, maar dan wel altijd aangelijnd. Dat geldt op alle routes in het natuurpark, niet alleen op de toproutes.

Kun je met kinderen naar de Montgó? Op de blauwe route naar de Cova del Gamell en de donkergroene lus langs El Molins wel, want die zijn vlak en gezinsvriendelijk. De top zelf, met zijn klauterstuk en stevige hoogtewinst, is niets voor kleine kinderen.

Zie je Ibiza vanaf de top? Op heldere dagen zie je vanaf de top de Balearen liggen, met Ibiza als het dichtstbijzijnde eiland. Een gegarandeerd uitzicht is het niet: dat hangt volledig af van het zicht die dag.

Is het park in de winter dicht? Nee. Een winterse sluiting van de wandelroutes is niet aan de orde; alleen bij extreem brandgevaar in de zomer kan het park routes afsluiten.

Hoe lang duurt de klim naar de top vanaf het Campo de Tiro? Omhoog kost dat circa twee uur. Reken voor de hele tocht, heen en terug over dezelfde route, op drie tot vier uur.