Langs de hele kust van Jávea staan vijftien genummerde uitkijkpunten, van de vuurtoren op Cap de Sant Antoni in het noorden tot het kleine fort Castell de la Granadella in het zuiden. Elk punt heeft een eigen bord en een eigen verhaal, van eeuwenoude windmolens tot een baai die je wel mag bekijken maar niet mag betreden. Deze gids zet ze allemaal op een rij, van noord naar zuid, met waar je parkeert, welk stukje je eventueel loopt en wat je onderweg kunt combineren.
Wat is de route van de miradors precies?
De vijftien miradors maken deel uit van de officiële Ruta dels Miradors de Xàbia, ook wel de Ruta de los Miradores de Xàbia, aangelegd door de gemeente. Elk punt heeft een eigen genummerd bord langs de weg en een eigen pagina op de gemeentelijke toeristensite, van noord naar zuid genummerd van één tot vijftien.
Wie op zoek is naar één doorlopend wandelpad langs alle vijftien komt bedrogen uit: de enige officiële routefolder van de gemeente beschrijft een fietsroute van 27,2 kilometer vanaf de parking bij het Arenal, die dertien van de vijftien punten aandoet. De miradors zelf zijn vooral individueel bewegwijzerde plekken langs de kustweg, meestal met een eigen kleine parkeerplek, en het handigst met de auto te combineren. Bij een paar punten loop je wel een kort stukje, en juist dat maakt deze route de moeite waard.
Welke miradors liggen tussen Cap de Sant Antoni en Cala Blanca?
Helemaal in het noorden begint de route bij Cap de Sant Antoni, op kliffen van rond de 170 meter hoogte. De vuurtoren dateert uit 1855, maar de plek heeft een langere geschiedenis: er stond eerder een veertiende-eeuwse ermita en een wachttoren tegen piraten, en het gebied telt tegenwoordig twee plantenmicroreservaten. Wie er met de auto komt, parkeert het beste een meter of driehonderd voor de vuurtoren en loopt het laatste stuk.
Iets verderop ligt El Molins, waar elf bewaard gebleven windmolens in Les Planes staan, in het natuurpark van de Montgó. Ze werden tussen de veertiende en achttiende eeuw gebouwd om graan te malen op de llebeig, de zuidwestenwind die hier vaak waait, en zijn te voet bereikbaar via een variant van wandelpad PR-CV 355. Daarna volgen Punta del Arenal en Séquia de la Nòria, voordat de route uitkomt bij Cala Blanca, met zijn twee rustige baaitjes.
Welke miradors liggen tussen Caletes en Cap Negre?
Bij Caletes, het zesde punt, zie je in de verte al Cap Prim liggen, een kaap die zelf niet bij de vijftien officiële miradors hoort maar wel vanaf hier al zichtbaar is. Het punt daarna, Creu del Portitxol, is bijzonder omdat hier twee officieel gehomologeerde wandelpaden beginnen, één naar Cap Prim en één naar Cala Barraca: verderop in dit artikel meer daarover.
Na Creu del Portitxol volgen L'illa en La Falzia, twee kortere haltes op weg naar het tiende punt, Cap Negre. Daar liggen kliffen en pijnbossen waar slechtvalken voorkomen, met visserspaden die langs de rotsen naar grotten lopen die ooit voor tabakssmokkel en mijnbouw werden gebruikt.
Wat zie je bij Cap de la Nau en Granadella?
Cap de la Nau is het elfde punt en meteen het oostelijkste stukje land van de hele Valenciaanse kust, op zo'n 85 kilometer van Ibiza: bij helder weer is het eiland soms zichtbaar in de verte. De achthoekige vuurtoren is 20 meter hoog en staat op ongeveer 122 meter boven zee, in dienst sinds 26 mei 1928. Aan de voet van de kaap ligt de grot Cova dels Orguens, en ook hier is een stuk kust beschermd als plantenmicroreservaat. Reismedia noemen Cap de la Nau vaak als een van de mooiste van de vijftien miradors, en het uitzicht maakt dat aannemelijk.
Het twaalfde punt is Granadella, hoog boven het gelijknamige natuurgebied van ruim zeshonderd hectare. Je kijkt er over beboste ravijnen die afdalen richting de baai, in een landschap vol endemische planten waar met een beetje geluk roofvogels boven de dennen cirkelen.
Wat is er te zien bij Les Pesqueres, Ambolo en het kasteel van Granadella?
Les Pesqueres, het dertiende punt, ligt verderop langs dezelfde kustweg, vlak voor Ambolo, het veertiende punt. Bij Ambolo is één ding belangrijk om te weten: het uitkijkpunt zelf is gewoon toegankelijk, maar het strand eronder, Cala Ambolo, is officieel gesloten wegens ernstig instortingsgevaar. De gemeente Xàbia houdt de toegang al langere tijd dicht en grijpt in wanneer bezoekers de afsluiting toch negeren. Kijk dus gerust vanaf het mirador naar beneden, maar loop niet over land naar het strand zelf.
De route sluit af bij het vijftiende en laatste punt, Castell de la Granadella, een kleine hoefijzervormige fortificatie uit 1739, gebouwd over een oudere, vijftiende-eeuwse toren. Ooit werd het fort bemand door drie soldaten met twee bronzen kanonnen, ter verdediging van de baai eronder.
Hoe loop je van Creu del Portitxol naar Cap Prim en Cala Sardinera?
Wie bij Creu del Portitxol de auto laat staan, vindt er het startpunt van twee officieel gehomologeerde wandelpaden. SL-CV 98 loopt in ongeveer twintig minuten, over een kilometer, naar Cap Prim, de kaap die al vanaf Caletes zichtbaar was maar zelf geen van de vijftien miradors is. Onderweg ligt een aftakking naar Cala Sardinera, een klein en ongerept kiezelstrandje van zo'n tweehonderd meter, met een naam die teruggaat op de sardinevisserij die hier ooit plaatsvond.
Vanaf hetzelfde punt ligt ook SL-CV 97, een kwartiertje lopen over 0,75 kilometer naar Cala Barraca. Twee korte routes vanaf dezelfde parkeerplaats dus: een prima onderbreking tussen twee ritjes in de auto, en de enige plek op de hele route waar je zonder eigen vervoer echt de kust induikt.
Hoe pak je de miradors van Jávea praktisch aan?
Bij Granadella liggen in het zomerseizoen, van begin juni tot in september, zo'n honderddertig betaalde parkeerplekken, ongeveer negen euro per dag, te betalen via de parkeermeter of de ELPARKING-app. Bij Portitxol en Cala Barraca geldt hetzelfde regime, met negenenvijftig plekken. Wie liever niet naar een plek hoeft te zoeken, neemt in juli en augustus, tot in september, het toeristentreintje dat vanaf parkeerterrein La Guardia Park naar Granadella rijdt, voor zes euro per volwassene en vier euro per kind.
Voor de meeste van de vijftien punten is een eigen auto verreweg het handigst, alleen al omdat de miradors verspreid over de hele kustlijn liggen. Wie zonder eigen wagen reist, vergelijkt vooraf prijzen via DiscoverCars, dat de tarieven van verschillende verhuurbedrijven naast elkaar zet.
Voor wie niet alle vijftien op één dag wil proppen, werkt een knip in tweeën het prettigst: een ochtend voor de noordelijke helft, van Cap de Sant Antoni tot Cala Blanca, met de windmolens van El Molins als tussenstop, en een middag voor het zuiden, van Cap de la Nau tot Castell de la Granadella, met de korte wandeling naar Cap Prim en Cala Sardinera als rustpunt onderweg. Wie na dat laatste punt nog verder naar het zuiden rijdt, komt vanzelf in de buurt van El Portet, de baai net over de gemeentegrens bij Moraira.