Wie een vakantie aan de noordkant van de Costa Blanca plant, komt vroeg of laat bij dezelfde vraag uit: wordt het Jávea of Dénia? De twee buren liggen aan weerszijden van de Montgó, een dik kwartier rijden uit elkaar, en toch voelen ze wezenlijk anders aan. Dit is de eerlijke vergelijking, zonder winnaar vooraf.
Twee buren, twee karakters
Jávea is een dorp met drie gezichten: een historisch centrum op een heuvel, een oude vissershaven en de badplaats rond het Arenal. Dénia is een echte stad, de hoofdplaats van de comarca Marina Alta, met een kasteel boven de daken en een haven waar ferry's naar de Balearen vertrekken. Kleinschalig tegenover stedelijk, dat is de kern van het verschil.
Je merkt het aan het ritme. In Jávea beweeg je tussen drie kernen die elk hun eigen sfeer hebben, en draait het leven om de baaien, de restaurants en de zee. Dénia heeft een doorlopend stadshart met winkelstraten en een overdekte markthal, en het soort levendigheid dat het hele jaar doorgaat, ook als de badgasten vertrokken zijn.
De stranden vergeleken
Voor lange zandstranden wint Dénia, voor baaien wint Jávea. Ten noorden van Dénia ligt aan de kant van Les Marines kilometers fijn zand, door de stad zelf aangeprezen als gezinsstrand. Jávea heeft één centraal zandstrand, het Arenal, en zet daar baaien tegenover als Granadella en Portitxol, elk met een eigen karakter.
De kust ten zuidoosten van Dénia, Les Rotes, is juist rotsachtig: kleine inhammen die uitkomen op het beschermde zeegebied rond Cabo de San Antonio, geliefd bij snorkelaars. Alleen het eerste strand bij de haven, de Marineta Cassiana, is daar nog zandig. Praktisch gezegd: in Dénia kies je een plek langs één lange kustlijn, in Jávea kies je elke dag een andere baai.
Eten: sterren tegen sterren
Culinair doen de buren nauwelijks voor elkaar onder. Dénia draagt sinds 2015 de UNESCO-titel Creative City of Gastronomy en heeft met Quique Dacosta een restaurant met drie Michelinsterren binnen de stadsgrenzen. Jávea antwoordt met het tweesterrenrestaurant BonAmb net buiten het dorp en een breed restaurantaanbod verspreid over de drie kernen.
Proeven op marktniveau kan aan beide kanten. De markthal van Dénia heeft een vishal waar van dinsdag tot en met zaterdag verse vangst uit de baai ligt. Jávea houdt het kleinschaliger, met de eigen markthal in het oude centrum en op donderdagochtend de weekmarkt op de Plaça de la Constitució; Dénia houdt zijn weekmarkt juist op maandag.
Bereikbaarheid en vervoer
Zonder auto is Dénia duidelijk in het voordeel. De stad is het eindpunt van de TRAM richting Alicante en vanuit de haven varen ferry's naar Ibiza, Mallorca en Formentera; de snelle boot naar Ibiza doet er ongeveer twee uur over. Jávea heeft geen eigen station, maar is per ALSA-bus goed bereikbaar, ook rechtstreeks vanaf het vliegveld van Alicante.
Reken bij de TRAM wel op rustig tempo: naar Alicante ben je met de overstap in Benidorm zo'n drie uur onderweg, met elk uur een vertrek. Onderling liggen de twee plaatsen een dik kwartier rijden uit elkaar; de hoofdweg loopt om de Montgó heen, en de korte binnendoorroute over de flanken raadt zelfs de lokale Dénia-portal af.
Met kinderen
Met jonge kinderen is de noordkust van Dénia de veiligste keuze: lang, ondiep zand zonder verrassingen. In Jávea is het Arenal de vanzelfsprekende gezinsplek, compact en met een boulevard vol terrassen. Voor een middag zonder strand heeft Dénia bovendien gratis musea, waaronder het Museo del Juguete met oud speelgoed uit de eigen fabrieksgeschiedenis.
Het kasteel van Dénia is met kinderen een prima onderneming: het torent zo'n zestig meter boven het centrum uit, de entree kost een paar euro en het archeologische museum bovenin zit bij de prijs in. Hou er rekening mee dat het een klim over trappen en paden is; met een kinderwagen is het geen doen.
Voor wie kies je wat
Kies Jávea als je vakantie draait om baaien, snorkelen en 's avonds tafelen in een dorp dat overzichtelijk blijft. Kies Dénia als je stedelijke reuring zoekt, zonder auto reist, met jonge kinderen lange zandstranden wilt of de Balearen in je reis wilt vlechten. Een verkeerde keuze bestaat hier eigenlijk niet.
Definitief kiezen hoeft trouwens niet. Met een dik kwartier rijden ertussen is de een een vanzelfsprekend dagje uit vanuit de ander: vanuit Jávea zijn de markthal en het kasteel van Dénia samen een goede ochtend, andersom liggen de baaien en uitzichtpunten van Jávea binnen handbereik. En precies tussen de twee in wacht de Cova Tallada, de zeegrot die je in de zomer alleen met reservering bezoekt.